De gele Havik

Toen Mieke Havik in 1984 als eerste vrouw de gele trui droeg in de eerste Tour de France Féminin, sprak Gerrie Knetemann verbijsterend seksistische woorden in zijn dagelijkse radiopraatje. "Ze zouden die gele trui voor de vrouwen beter de bolletjestrui noemen, want ik zag Mieke hier net voorbijkomen en daar zaten toch twee cols van eerste categorie in." Mieke Havik liet het niet aan haar hart komen. Ze won drie van de vijf eerste etappes en reed zes dagen in het geel. 36 jaar later is ze gediplomeerd haptonome. Haptonome? Ja, haptonome. Ward Bogaert ging bij Mieke op consultatie.




Een akker in Camphin-en-Pévèle

Dertien was vliegende reporter Ward Bogaert toen zijn vader hem voor het eerst meenam naar een haakse bocht middenin een akker in Camphin-en-Pévèle, een dorpje dat één dag per jaar, tijdens Parijs-Roubaix, mee het centrum van de wielerwereld is. Ward is er nu 41 en hij staat er nog altijd elk jaar. Maar wat is er die dag in 1992 gebeurd, dat hem bijna drie decennia later nog altijd naar die plek zuigt? Tot zijn eigen verbazing, weet Ward het niet meer. En dus gaat hij op onderzoek.




'La stèle d’Antoine'

Achter een berm langs de drukke D916 in Sainte-Marie-Cappel staat een klein monumentje. Une stèle, zeggen ze hier. Hier viel Antoine Demoitié tijdens Gent-Wevelgem. Eric Lemille, zijn vrouw Ewa Szypulewska en zijn zoon Philippe, een leeftijdsgenoot van Antoine, wonen aan de overkant van de steenweg. Zij zagen het ongeval voor hun ogen gebeuren. Ze kenden Antoine niet, maar waren zo onder de indruk dat ze sindsdien elke dag de strijd aangaan tegen het onkruid dat 'La stèle d’Antoine' probeert te overwoekeren.




Palle Lykke

Hij was een wereldster in het pisterennen van de jaren ’50. Hij won tientallen zesdaagses, onder andere aan de zijde van Rik Van Steenbergen. Maar het enige wat van hem in het collectieve geheugen is overgebleven is dat de Deen Palle Lykke de schoonzoon was van Rik I. En dat hij de gevangenis in belandde wegens dranksmokkel. Ward Bogaert zocht Jos Meesters op. Gewezen pistier en goed bevriend met Palle. Voor een gesprek over koers, over hoe het leven soms anders loopt, maar vooral over vriendschap. En hoe dat het belangrijkste is.




Twee uren in het geel

Ferdi Van den Haute heeft een eigenaardig record op zijn naam. Hij stond in 1984 op het podium van de Tour als geletruidrager, maar hij reed er nooit mee rond. Twee uur later kwam de wedstrijdjury hem melden dat er een spijtige vergissing was. Niemand droeg korter het geel dan Ferdi Van den Haute. Niettemin zijn het de gelukkigste uren uit zijn loopbaan. Tot Radio Bahamontes die twee uren in een heel ander daglicht plaatste.




De Spanjaard van Lendelede

Noël Dejonckheere is EU Manager van de CCC-ploeg van Greg Van Avermaet. Maar in zijn jonge jaren noemde ze hem ‘De Spanjaard van Lendelede’, naar zijn geboortedorp en, dat had u al door, een land in Zuid-Europa. Hij won maar liefst 80 koersen bij de beroepsrenners, waaronder 6 ritten in de Vuelta en tientallen ritten in allerhande andere Spaanse koersen. Hoe belandt een Lendeledenaar in Spanje? En moeten we hem niet ‘De Amerikaan van Lendelede’ noemen, want ook daar won hij koers na koers.




De Vloek van Zingem

Het moest een feestdag worden, 25 augustus 1969, zoals elke zomer. De grootste wielerkampioenen waren naar Zingem afgezakt, een dorpje langs de Schelde. Aan de kerk stond een draaimolen. In café In DeKlok speelde de fanfare. Maar ineens begon het te regenen en zette in de Dorpsstraat een man een stap naar voren. Het criterium van Zingem bestaat al lang niet meer, maar over die ene stap en de fatale gevolgen ervan spreken ze in Zingem nog tot op de dag van vandaag.



Roger

Of hij met de fiets moest komen, vroeg Roger De Cock. Dat zou moeilijk zijn, voegde hij eraan toe, "want ik word er volgende maand 29, verstaat ge me?" Roger is voor alle duidelijkheid 92. Hij is de oudste nog levende winnaar van de Scheldeprijs. En ook de oudste nog levende winnaar van Parijs-Nice. Maar vooral: de oudste nog levende winnaar van De Ronde van Vlaanderen. Je hoeft hem geen vragen te stellen, de verhalen komen vanzelf, altijd voorafgegaan door: "’k ga ne keer zeggen é". En dan zegt hij het.



De Mapei-coup

Parijs-Roubaix 1996. Hoe zat dat nu weer in de ratrace richting Roubaix? En waarom mocht/moest Johan Museeuw destijds winnen op de Vélodrome? Ward Bogaert op stap met de Leeuw.



Johan en Marco, dood in één kamer

Surf naar dewielersite.net en tik Johan Sermon in. Bij ‘uitslagen’ lees je één regel. 2001. 2de in Wieze, junioren. Voor de rest: veel witregels. Sermon was nochtans renner tot 2004, toen hij derdejaarsbelofte was. Dat jaar haalde hij nog één keer de krant, al was het niet met een opvallende uitslag.



Op zoek naar de oorsprong

Reporter Ward Bogaert en zoon Nand, bijna 6, waren op een rommelmarkt in Sint-Amandsberg. 2 euro gaf de vader aan de zoon mee. Kwam de zoon terug met een trofeetje dat 30 eurocent had gekost. ‘2.4.1982’, en ‘Büren-Kortemark. 480 kilometer’ stond erop. Meer niet. En dus ging Ward op onderzoek.



De berggeit van Herentals

Ward Bogaert trok naar de Vierdaagse van Duinkerke, waar hij zijn microfoon onder de neus mocht schuiven van Kurt Van De Wouwer. Hij is sinds 2013 ploegleider bij Lotto-Soudal, maar de in Herentals geboren en getogen klimmer debuteerde in de Tour van 1998.



Eddy Schepers en het verraad van Sappada

Eddy Schepers was de meesterknecht van Stephen Roche, de Ier die in 1987 zowel Giro, Tour als WK wist te winnen. Eddy, zelf nog ex-winnaar van de Ronde van de Toekomst en een van de vele gedoodverfde opvolgers van Eddy Merckx, maakte het allemaal mee vanop de eerste rij en vertelt graag nog eens over het verraad van Sappada, de coup die hij samen met zijn kopman Stephen Roche pleegde in de Giro van 1987.